06-09-02 publieke geheimen

Tien dagen nadat we Huub hadden begraven, begon ik aan een nieuwe baan. Aan een hogeschool in Nederland waar het zo'n organisatorische puinhoop bleek te zijn dat het alleen al om die reden beter is, de naam hier niet te noemen.

Waarschuwing vooraf: dit is een wat langer verhaal. Met maar één plaatje, ook dat nog. Moet even.

Mijn opdracht was, in december 2000, een zieltogende afdeling methodiek en didactiek te reanimeren. En liefst snel, want de visitatiecommissie had de hogeschool al meermalen gewaarschuwd.

Dus begon ik met overal flyers in Nederlands en Engels te verspreiden waarop met koeieletters stond dat mijn eerste lessen over GELD gingen. Dat werkte als een gek, ha ha ha. Er kwamen zoveel studenten op af dat de mij toegewezen lokalen gezellig uitpuilden. Toen had ik ze, de studenten. De gang naar mijn lessen zat er meteen goed in. Ook al omdat ik heel ouderwets aanwezigheid mee liet tellen in de beoordeling.
Ondanks een nachtmerrie van niet aflatende roosterproblemen, studenten die ergens in het enorme gebouw op mij zaten te wachten en ik weer ergens anders op hen, een slechtfunctionerend leerlingvolgsysteem, dus ik moest een eigen systeem opzetten, afdelingen die finaal langs elkaar heen werkten, afspraken die zelden nagekomen werden, het maandenlang uitblijven van correcte aanstellingspapieren en salaris, ik zal de lezer er verder niet mee vermoeien, hadden studenten en ik het meteen goed naar onze zin. Het ging trager dan ik wilde, maar er ontstond een levendige afdeling en ik voelde me als een vis in het water.

Wel een gehavende vis. Het was natuurlijk gekkenwerk om zo snel na het verlies van je man aan zoiets ingewikkelds te moeten beginnen. Maar het was niet anders. Ik verzon er een truc op die voor mij goed werkte. Ik droeg het verdriet om Huub mee in een denkbeeldig tasje dat ik elke keer in het halletje bij de voordeur netjes in een hoekje parkeerde. En als het werk gedaan was, pikte ik Huub weer op en nam ik mijn verdriet weer mee naar huis.

In het voorjaar van 2002, mijn afdeling stond op poten en ik had net een nieuw docentennetwerk opgezet waarvan ik hoge verwachtingen had, belandde ik met spoed voor onderzoek in het ziekenhuis. Wat artsen en ikzelf al die tijd zelf hadden aangezien voor gewoon overbelast zijn, geen wonder, het gaat wel weer over, bleek ineens een concrete bedreiging. Ik kreeg drie dagen om op school en thuis zaken te regelen en ging daarna zonder uitstel onder het mes en ze waren er op tijd bij. Terwijl ik daags erna nog half onder narcose lag bij te komen van deze plotse wending, bracht mijn zoon een brief mee. De hogeschool moest om financiële redenen drastisch reorganiseren en mijn aanstelling zou helaas na de zomer niet verlengd worden. En dus stond ik drie maanden later weer op straat. Ondank is 's werelds loon. Mijn leven volgde een script waarvan ze denk ik zelfs bij GTST gezegd zouden hebben: Nou nou, Oostenwint, je kunt ook overdrijven.

Het is verschrikkelijk als iets wat je met veel moeite en liefde hebt opgebouwd, je zomaar weer wordt afgenomen. Zeker op deze manier. Er kon ondanks mijn herhaalde verzoeken nog geen exit-gesprek af. Toen het contract alweer werd beëindigd, was de oorspronkelijke aanstelling nog steeds niet rond. Tot op de dag van vandaag komen studenten bij me met hun eindscripties en voor advies. En ik help ze met veel plezier, het blijft ook als vrijwilligerswerk geweldig werk.

Maar, en daarom vertel ik dit verhaal, er trad een bepaald mechanisme in werking waaraan ik tot dan toe drie keer op de nipper had weten te ontsnappen. Ik was 49 jaar, had nog een kleine lesbaan aan een middelbare school en moest dus opnieuw op zoek naar een hoofdinkomen.

Ik zie nu bij iedereen een tekstballonnetje boven het hoofd verschijnen, waarin staat: Forget it, Alma, dat kun je wel schudden! En inderdaad, sinds september 2002 schud ik me ongans, maar het is me niet meer gelukt een plaats op de arbeidsmarkt te verwerven. Ik zal niet opnoemen wat ik allemaal geprobeerd heb, maar zelfs als heftruckchauffeur (een betere vacature was er even niet) maakte ik onlangs geen schijn van kans.

Godfried Engbersen, hoogleraar sociologie aan de Erasmus, zegt in de NRC van 17 juni:

Publieke bijstandsgeheimen zijn maatschappelijke verschijnselen rond langdurige werkloosheid en sociale zekerheid die in meer of mindere mate bekend zijn, maar waarover geen systematische kennis bestaat en waarvoor men vaak de ogen wenst te sluiten. Het gevolg is dat de marginale, uitkeringsafhankelijke positie van kwetsbare groepen wordt bestendigd in plaats van beëindigd. De reductie van het probleem van de onderklasse tot gedragsproblemen en ziektebeelden, negeert het sociaal-economische vraagstuk van de onderklasse. Een nieuw moreel beschavingsoffensief zal geen effect hebben als er niet tegelijkertijd aandacht wordt besteed aan de maatschappelijke positie van kwetsbare groepen.

Ik ben in de afgelopen vier jaar nonstop geconfronteerd met zo'n publiek 'bijstandsgeheim'. Terwijl vriend en vijand het er onuitgesproken over eens zijn dat - hoe capabel en werkwillend je ook bent - de huidige arbeidscultuur geen ruimte meer maakt voor meisjes van 49, is het hele systeem erop gericht dat het aan jouzelf ligt en niet aan de arbeidsmarkt. Dus is er 30.000 euro verspild aan een (verplicht, op straffe van verlies van de WW-uitkering) reïntegratietraject, waarvan zowel het bedrijf als ikzelf bij voorbaat al vaststelden dat het niet zou werken. "Maar we moeten toch wat."
Dus werd er gedacht aan omscholing, en deed ik een verplichte beroepentest waaruit bleek dat ik een uitstekende uitvaartbegeleider zou kunnen worden. Maar voor een opleiding was geen geld. En ik had het ook niet.
Dus werd elk initiatief dat ik zelf wilde nemen, afgewezen omdat het niet in de regelgeving paste.
Dus zegt mijn omgeving steeds vaker tegen mij: Doe jij eigenlijk wel genoeg je best, Alma Oostenwint, want iemand met jouw mogelijkheden hoort toch niet zo lang in een uitkering te hangen.
Volgend jaar september loopt mijn WW-uitkering af. Ik houd mijn hart vast.

Een lang verhaal, waarvoor excuses. Maar als de kranten op zaterdag drie kilo mogen wegen, durf ik ook wel.

De nieuwe bijstandsgeheimen laten de hardheid van het probleem zien. De enorme banengroei van een miljoen banen in de jaren negentig heeft in beperkte mate geleid tot een vermindering van de langdurige werkloosheid en duurzame armoede. De recente stelselherzieningen in de sociale zekerheid lijken ook een beperkt effect te hebben op een omvangrijk deel van deze groep. En daar waar ze wel effect hebben, werken ze het fenomeen van werkende armen in de hand. De nieuwe maatregelen hebben vooral gevolgen voor nieuwe groepen die minder gemakkelijk dan weleer toegang krijgen tot bijstand en sociale zekerheid. De keerzijde hiervan is echter dat specifieke groepen tussen wal en schip raken omdat zij geen werk vinden en ook geen uitkering hebben.

Met andere woorden: noch het verzorgingsstaatbeleid uit de vorige eeuw noch het neoliberale beleid van de eenentwintigste eeuw heeft een adequaat antwoord op het vraagstuk van de maatschappelijke onderklasse.

Lees het hele artikel van Engbersen, lees ook zijn boek. Liefst voor de verkiezingen.



"Juridisch is het niet mogelijk om jongeren op te sluiten die niets strafbaars hebben gedaan." Het staat er echt. In de krant van vanochtend.
Maar opsluiting zal het werkelijke probleem van een deel van onze jongeren - uitsluiting - nooit oplossen, als niet tegelijkertijd de 'publieke geheimen' (die hiermee nog verder uit beeld verdwijnen), worden erkend. We doen als maatschappij iets fundamenteel verkeerd. Het kan anders. Het wordt tijd dat elke burger dat onder ogen durft te zien.