07-07-11 gearresteerd
Op dinsdag 5 september 1944 gonsde het in heel Nederland van de geruchten dat de bevrijding op handen was.
Antwerpen was 4 september bevrijd, de geallieerde strijdkrachten trokken op naar het zuiden van Nederland. In 'De Gil', een curieus blaadje, werd die vijfde september voor de eerste keer 'dollen dinsdag' genoemd. Het effect van dolle dinsdag was, dat onder de bezetter en NSB'ers paniek uitbrak. Ze sloegen massaal op de vlucht. Maar de troepenmacht van de geallieerden was nog te klein, het zou nog dagen duren voor de bevrijding van het zuiden daadwerkelijk in gang werd gezet.
Voor de bewoners van Nijmegen en omstreken moet dolle dinsdag een hard gelag zijn geweest. Er heerste grote onzekerheid, sinds de geallieerden bij vergissing in februari van dat jaar de stad zwaar hadden gebombardeerd. Uit die tijd dateert een versje:
Op vrijdag 15 september gaat Rinus niet meer naar zijn werk. Hij vlucht niet, hij duikt niet onder, hij blijft thuis. In de aantekeningen van Huub staat, dat Rinus eindelijk de stap aandurfde. Ik heb me uitgebreid verdiept in de gebeurtenissen in die septembermaand en vermoed dat Rinus thuisbleef omdat hij domweg niet meer naar zijn werk heeft durven gaan. Hij zal dat met zijn vrouw hebben besproken, misschien was Anna het die hem bezwoer, thuis te blijven, in de verwachting van een spoedige bevrijding.Nieuwe orde,
lege borden,
Vroeg naar bed,
Kontje warm,
Luchtalarm
De hele regio was buitengewoon onrustig. Op 17 september begon de grote slag om Arnhem, bekend als operatie Market Garden. Kort daarvoor reden ook de treinen niet meer, er werd gestaakt. Als Rinus al naar zijn werk in Arnhem had willen gaan, dan was het onmogelijk geweest. Daar kwam bij dat hij zeer reëel gevaar liep, omdat hij voor de Duitsers had gewerkt. In de bevrijdingsroes die heerste werd met lieden als hij, die ogenschijnlijk heulden met de vijand, niet al te zachtzinnig afgerekend. Hij moet zich dat grote gevaar bewust zijn geweest.
Op internet staat een uitgebreid en minutieus beschreven oorlogsdagboek van mejuffrouw P. Dozy uit Groesbeek. De foto's bij deze posting zijn uit dit dagboek afkomstig. Het schetst een uitstekend beeld hoe gevaarlijk die septemberdagen voor de dorpen rond Nijmegen zijn geweest.
Daar komt bij dat op de Heilig Landstichting zich geen enkele man meer buiten waagde. De Duitsers hadden hun paniek bedwongen en installeerden begin september na dolle dinsdag op kleinseminarie de Nebo een heel bataljon, om Nijmegen te kunnen verdedigen. Mannen werden van de straat geplukt om te helpen verdedigingswerken aan te leggen langs de oever van het Maas-Waalkanaal en de zuidelijke invalswegen van de stad. Op 7 september vaardigde de Duitse bezetter een bevel uit dat alle mannen tussen de 17 en 40 jaar zich hiervoor moesten melden. Het zou hun laatste bevel zijn.
Ik denk daarom dat Rinus en Anna finaal klem zaten tussen vijandige Nederlanders en vijandige Duitsers. Dat moet hen heel erg ongerust hebben gemaakt. Maar van de buurtbewoners viel niets te vrezen. Dat is naderhand ook gebleken. Dat is vermoedelijk de reden geweest dat Rinus gewoon thuis bleef en niet onderdook. Daarbij, zei een oom van Huub later, had hij niets te verbergen. Hij heeft zichzelf altijd als slachtoffer gezien van de omstandigheden, zoals al die mannen en jongens die in Duitsland voor de Duitsers gedwongen werden te werken.
Er landden parachutisten, er werd fel gevochten om de bruggen, en op dinsdag 19 september bereikten de eerste Britse tanks de Heilig Landstichting. Zij zuiverden diezelfde dag met behulp van buurtgenoten de Nebo. De Duitsers gaven tegenvuur, er zijn daarbij ook burgerslachtoffers gevallen. De bewoners van de Groesbeekseweg en de Nijmeegsebaan, waar ook Rinus en Anna met hun kinderen woonden, moesten voor al het geweld een schuilplaats zoeken. In de catacomben achter de Cenakelkerk, of in de bunker van het Sint Annagesticht. Uit Nijmegen arriveerden die dag tientallen vluchtelingen, van wie de huizen door de bezetter in brand waren gestoken. Ook zij zochten hun toevlucht in de catacomben en de bunkers. Het was een complete chaos. Een levensgevaarlijke chaos.
Zou dit een boek zijn, dan zou ik uitgebreider en gedetailleerder berichten over die zeer gevaarlijke septemberdagen. Ik heb veel materiaal kunnen verzamelen. Nu volsta ik met een korte mededeling.
Te midden van al dit oorlogsgeweld, is Rinus op 19 september overdag, thuis in zijn huis aan de Nijmeegsebaan, gearresteerd en meegenomen. Niet door de Duitsers. Die hadden wel wat anders aan hun hoofd dan een gedeserteerde werknemer te arresteren. Het was een Nederlander die Rinus kwam halen en aangaf. En uit de documentatie is bekend wie het was. Een opperwachtmeester uit Groesbeek.
Het zou tot eind 1946 duren voordat Anna haar man terug zou zien.
Uit de aantekeningen van Huub
Pas als de geallieerden op 15 september 1944 Nijmegen naderen, durft Rinus de stap aan en keert hij niet terug naar zijn standplaats. Hij staat bij de Duitsers dan ook te boek als voortvluchtig, als hij op 19 september wordt gearresteerd. Hij is al die dagen gewoon thuis. Wie de arrestatie feitelijk uitvoerde is onduidelijk. Regelmatig keert in de in verontwaardiging gedrenkte verhalen uit die tijd een naam terug van een plaatsgenoot die tijdens de oorlog nota bene actief was als zwarthandelaar. De man blijkt dan ook later verwijderd te worden uit de gelederen van de Binnenlandse Strijdkrachten.
1894
1914
het huis
zondagsschilder
zomer 1942
oorlog en zoeken naar werk
eind december 1942 (1)
eind december 1942 (2)
arbeidsdienst
groenewoud
wachdienst niedersachsen
landverrader
kleine Huub