07-07-27 de studeerkamer


Na Huub's overlijden zat ik graag in zijn studeerkamer. Daar stond zijn pc, stonden zijn boeken, spulletjes en zijn archief. Aan de muur dingen die hij mooi vond, gekregen had van zijn Litouwse kunstenaarsvrienden. Ik had zijn toiletspullen daar ook in de kast opgeborgen, de hele kamer rook naar hem. Ruikt nog steeds heel licht naar hem.

Ik had op zijn verzoek toen we gingen samenwonen een uitgebreid archief aangelegd, maar moest er in de maanden na zijn sterven opnieuw doorheen om te kijken wat bewaard moest blijven en wat misschien ergens anders heen moest. Zo had hij het archief van de jumelage van onze gemeente met een stad in Litouwen onder zijn hoede. Hij was zelf de initiatiefnemer geweest van die stedenband. Idem voor het archief van een door hem opgerichte bridgeclub en van de grote jaarlijkse bridgedrive. Huub de gangmaker.


Ik maakte voor zijn twee jongste zonen een map met hun oude tekeningen, briefjes, foto's, maar ook spullen van Huub. Als jullie ooit nog benieuwd worden naar je vader, is er een map voor jullie allebei, liet ik ze per briefje weten. En ik ging door stapels agenda's en notitieboeken heen. Ik heb toen veel weggedaan, wat restte was anderhalve meter archiefdozen en albums.

Zijn kamer bleef leeg, we gebruikten hem af en toe als logeerkamer. Maar in de loop van de jaren zetten mijn kinderen er spullen neer die ze 'even' kwijt moesten. Mag dit even bij jou staan, mam? Tenslotte kon er niets meer bij, ook niet even. Ik kwam er zelden meer, logés stalden we ergens anders.


Tot gisteren. We hebben iemand in huis voor wie het goed zou zijn als ze een eigen plek heeft als ze hier is. Ik wierp een blik in Huub's kamer - verschrikkelijk, wat een ellende - en ineens had ik er genoeg van. Het grote opruimen kon beginnen. Weg met Huub's oude bed dat ik van hem nooit weg mocht doen, maar dat heel erg hernia's veroorzaakt. Weg met de muffe klamgeworden minstens veertig jaar oude spiraalmatras. En weg met de stapels kleren van de kinderen die ze toch nooit meer dragen. Weg met de twintig overhemden en broeken van Huub die ook nooit meer iemand zal dragen. Gordijnen gewassen, raam open, we waren niet meer te stuiten.


Er moest voor onze gast ook een plank in Huub's muurkast vrijgemaakt worden. De kast met zijn archief. Gisteravond laat stond ik ineens met drie dikke kantoorordners in mijn handen die ik zeven jaar niet meer had gezien. Ik ben gaan bladeren, ben gaan lezen. De ordners bevatten de dagboeken van mij en Huub vanaf dat we getrouwd waren. Maar ook alle ellenlange wanhopige en vaak chaotische brieven die hij aan mij schreef en de antwoorden die ik daarop weer moest geven. Met door Huub in neongeel gemarkeerde zinnen, waarbij hij dan in de kantlijn aantekeningen met heel veel uitroeptekens schreef, waarna hij daarover weer een epistel aan mij schreef en ik weer reageerde. De papieren van de echtscheidingen die hij in wanhoop aanvroeg en dan weer introk omdat ik weigerde te scheiden. Ik las de mappen hier en daar door, en werd overvallen door een groot gevoel van moedeloosheid en verdriet. Wat was het bij tijden moeilijk geweest.

Vannacht heb ik een besluit genomen. Ik heb vanochtend een paar dingen, misschien tien velletjes, uit de ordners gehaald en in een enveloppe gestopt. En daarna heb ik alles blad voor blad in de openhaard verbrand. Drie overvolle kantoorordners. Twee jaar vechten. Twee mensen die vechten voor hun huwelijk. Maar ik heb gisteravond gezien dat Huub twee jaar lang vooral tegen zichzelf heeft gevochten. Hoe graag hij wilde en niet kon. En dat ik hem niet heb kunnen helpen.


Toen ik eindelijk klaar was en stil in Huub's luie stoel naast de haard zat te kijken hoe de berg as langzaam koud werd, kwam er een gevoel over me heen dat nieuw is. Dat het ook voor hem een verlichting is dat ik deze stroom zwarte brieven heb verbrand. Ik bewaar ze in mijn herinnering, niemand zal ze meer lezen. Wat blijft is dat ik hem lief had en lief heb.
Het is goed zo. We mogen verder.