06-11-09 zij had

Zij had zichzelf een mooier toebedacht
En keert zich in de groeven van het heden
Teneinde zich gekleefd aan een verleden
Ontvankelijk te maken voor de nacht.

Zij had zichzelf een mooier toebedacht.
Het scheerde langs, nu is het ingeslagen
In ritmeloze aders, koude magen,
De vruchten die door haar zijn grootgedragen.
Zij had zichzelf een mooier toebedacht.

Zij had zichzelf een mooier toebedacht
En drenkt zich in het drijfzand van het heden
Teneinde zich met ogen dicht beneden
Ontvankelijk te maken voor de nacht.

Zij had zichzelf een mooier toebedacht.
Zij had zichzelf zo lief,
Zichzelf zo zacht.

Lotte van Dijck (1979)
(uit: Grootgedragen, 2001)