06-11-19 kafka

Het is zo waar wat Rosa op het forum vertelt. Als partner van iemand die ernstig ziek is, heb je er een volwaardig bedrijfsadministratietje naast. Je moet zo enorm goed opletten.

Dat was zes jaar geleden bij mij al zo, dat zal nu niet anders zijn. Zeker niet als je bedenkt dat de zorg zelf ook een bedrijfje is geworden. Rosa, als je nu in die situatie bent, ik wens je met heel mijn hart veel sterkte.

Ik had daarnaast nog een absurd probleem. Het UWV, in 2002 ontstaan uit een fusie van diverse uitkeringsuitvoeringsinstellingen, bestond in 2000 nog niet. Ik was acht jaar uitvoerend secretaris geweest van een landelijke amateurkunstorganisatie en zat, toen Huub ziek werd, net vanwege een ontslag 'wegens reorganisatie' (ik verloor in mijn leven nogal wat banen om deze prachtige reden) bij het GAK. En het GAK eiste van mij dat ik wekelijks solliciteerde en beschikbaar was voor de arbeidsmarkt. Ik had ook nog een paar uur aan een middelbare school en de rector regelde, zodra ze van Huub's situatie hoorde, direct zorgverlof en vervanging voor me. Ook bleef ze regelmatig contact met me houden en ik voelde me door haar geweldig gesteund.

Maar hoe dat met het GAK moest, wist ik niet. Ik belde ze dus op en vertelde dat mijn man op sterven lag, ik even niet beschikbaar was voor de arbeidsmarkt en of dat eventueel consequenties had. Of ik iets speciaals moest regelen/aanvragen/doen/whatever. De juffrouw die ik aan de lijn kreeg, wist het niet. Meldt u zich maar gewoon ziek, zei ze. Dan maak ik wel een aantekening in uw dossier wat er werkelijk aan de hand is. Ik denk dat ze die beloofde aantekening vergeten is, want ik kreeg de ene oproep na de andere om me bij een bedrijfsarts in Utrecht te melden. In Utrecht was namelijk de organisatie gevestigd waarvoor ik had gewerkt. En telkens als ik opbelde om te zeggen dat ik 1) niet ziek was en 2) geen tijd en gelegenheid had naar Utrecht te komen, liep ik hopeloos vast in de bureaucratie. Mijn uitkering, mijn hoofdinkomen, werd per direct stopgezet. Ik ontving dreigende brieven over nalatigheid, heb uren aan de telefoon in de wacht gehangen, volkomen wanhopig over het botte en hardvochtige onbegrip voor mijn situatie.

Achteraf zag ik, dat ik het beste gewoon mijn mond had kunnen houden. Want het absurde was dat ik intussen gewoon doorsolliciteerde, dus aan alle GAK-eisen voldeed. Maar nu werd mijn uitkering ingehouden en had ik mijn handen vol aan uitleggen en nog eens uitleggen. Om gek van te worden.

Maar dat was toen. Hoe is dat tegenwoordig? De site van UWV toont buitengewoon veel begrip voor mantelzorgers. Werkelijk hartverwarmend. Je wordt aan alle kanten tegemoetgekomen en van goede raad voorzien.

Maar ga je kijken of voor een vrouw die van het ene moment op het andere moet zorgen voor haar stervende man een zorgverlofregeling bestaat, dan komt de ware aap uit de uitkeringsmouw. Jazeker, je kunt vrijstelling krijgen als mantelzorger. Maar ... (lees helemaal onderaan):

U kunt een vrijstelling krijgen als u voor 1 juli 1946 bent geboren en u minstens drie maanden 20 uur per week of meer aan vrijwilligerswerk of mantelzorg besteedt. Een combinatie van vrijwilligerswerk en mantelzorg is ook mogelijk. Met vrijwilligerswerk wordt bedoeld onbetaald en niet-verplicht werk met maatschappelijk nut. Mantelzorg is noodzakelijke (en in dit geval onbetaalde) zorg voor een vriend of familielid met een ziekte of handicap.
De vrijstelling kan pas een jaar na de ingangsdatum van uw WW- of WGA-uitkering ingaan (later kan ook). Het eerste jaar moet u dus nog naar betaald werk zoeken.

Met andere woorden: nee, ook het UWV kent geen regeling. Tenzij je het geluk hebt dat je man meer dan een jaar op sterven ligt. Dan mag je het laatste stukje met behoud van uitkering zelf voor hem zorgen.

En als je bedenkt dat de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) juist wil stimuleren dat mensen zelf voor hun naasten zorgen, dan is deze omissie een schande.