06-11-21 netwerk

Dit wordt een lastig onderwerp, maar ik probeer het toch. Als iemand het niet met me eens is, of het wartaal vindt, dan hoor ik het wel. Waarschuwing vooraf: soms buitengewoon smerig (als je daar niet tegen kunt de plaatjes gewoon niet openen). En voor een websitestukje op een gewone doordeweekse dinsdag ook nog eens veel te lang geworden. Ik zou het zelf overslaan.


Het gaat over het volk. Daar kan ik niets aan doen, maar Netwerk wel. Want gisteravond pakte Netwerk breed uit met het volk. En wat het volk nou eigenlijk wil. Dus niet wat de door het volk gekozen vertegenwoordigers van het volk willen - de politieke partijen waar je gewoon lid van kunt worden en waar je dan vrij bent om mee te beslissen over de programma's (en sommige leden willen zelfs wel een tijdje voor zo'n partij in de gemeenteraad, het parlement of de regering) - nee, het ging bij Netwerk over wat het volk zèlf wil. Het volk versus zijn eigen volksvertegenwoordiging, zeg maar. Dat doet een beetje denken aan mensen die best belasting willen betalen omdat ze willen dat er een goede ambulancedienst is en dan het ambulancepersoneel aanvallen, zodat het zijn werk niet kan doen. Of Ado-supporters - nee, nou dwaal ik te ver af.

Het volk bleek volgens de volksdeskundigen die Netwerk had ingehuurd uitstekend te weten wat het wil. Het wil zorgzaam, veilig en groen. Het wil veel meer aandacht voor milieu en klimaat, een hele sterke, supercharismatische leider, goed openbaar vervoer, meer tolerantie, meer banengroei en nog zo wat. Al die feestartikelen komen ook stuk voor stuk voor in partijprogramma's, sommige (best handig) zelfs allemaal in één programma, maar Netwerk was dus niet op zoek naar wat de politiek wil, maar wat het volk wil. Want er schijnt een kloof te zijn.
Hier stuit ik al meteen op het eerste wat ik niet begrijp: als het volk aan Netwerk kennelijk heel goed duidelijk weet te maken wat het wil, waarom zweeft dan bijna de helft naar eigen zeggen zo hulpbehoevend het stemhokje in? Als het al überhaupt ooit een stemhokje belandt? Is het volk zo dom dan?


Netwerk had ook een paar volksvertegenwoordigers uitgenodigd. Telkens als het volk over een bepaald onderwerp precies wist wat het wilde, mochten zij daarop reageren. Grote verbazing wekte bij mij de heer Pieter van Geel, het Opperhoofd Milieu van het CDA. Als ik niet beter wist, zag ik hem gisteren snoeihard oppositie voeren tegen zichzelf. Vier jaar heeft zijn partij ruim baan gekregen alle wielen van de NS scherp te slijpen, busstakingen te voorkomen, rails naar het Noorden te leggen, al onze Naardermeren te beschermen en dan nu roepen dat het de hoogste tijd wordt dat de regering voor ronde wielen, volle bussen, kostbare natuurgebieden en spoornaven naar het Noorden zorgdraagt.
Maar ik wil het net als Netwerk even niet over volksvertegenwoordigers hebben, maar over het volk zelf. Het Naardermeer is godzijdank gered en over de NS hebben we het ongetwijfeld nog wel een andere keer.


Het volk bestaat uit burgers, dat zal niemand kunnen ontkennen. Soms wordt het hele volk zelfs voor het gemak maar 'de burger' genoemd. Pars pro toto. Dan gaat het niet meer over wat 'het volk' wil, maar wat 'de burger' wil. Sommige rechtse partijen zijn bij de burger kind aan huis en weten precies wat de burger wil.
Maar ik heb een probleem. Help even. Ik ben namelijk nog nooit iemand tegengekomen die me zegt dat hij/zij de burger is. Zelf ben ik het ook niet, zeker weten. Ik kijk wel uit. Bestaat de burger wel?

Ik denk dat het antwoord nee is. De burger is een verzinsel. En dat is maar goed ook, want wat ik van de burger weet intussen, is het een drammerige, egoïstische, verwende, hypocriete, opportunistische hork. Spuugt op straat, is te lui om te werken en vreet van mijn belastingcenten. Soms kom ik wel eens (bijna) iemand tegen van wie ik vermoed dat dit de burger is. Maar er is nog nooit iemand gekomen die tegen mij zegt: 'Hoi, ik heb gisteren jouw fiets gestolen. Leuk om eindelijk kennis te maken, ik ben De Burger.'


Soms is de burger net voor mij ergens geweest. Dan kan ik zijn sporen nog zien - eens een padvindster, altijd een padvindster. Ik heb een paar van die sporen hier vastgelegd. Want het gaat hier over De Burger die bij Netwerk het woord kreeg, dus moet ik wel eerst even bewijzen dat hij bestaat. Zie mijn foto's.


Ik neem aan dat u er na het zien van de plaatjes alles aan zult doen mij duidelijk te maken dat u net als ik de burger absoluut niet bent. Want ook u bent niet drammerig, egoïstisch, verwend, hypocriet, opportunistisch, fluimenspugend, uitvreter, klaploper. U gooit uw flessen keurig in de glasbak en mijn fiets hebt u natuurlijk ook niet gejat. Dus voor u is het een even goedverborgen geheim wie het volk is, als voor mij.
En toch had Netwerk een zaal vol burgers bij elkaar getoverd, gisteren. Weliswaar allemaal nog piepjonge exemplaren uit Ede, maar toch. Gelukkig hield dat volk zich onder het oog van de camera's in en lagen er na afloop niet allemaal van die kleine kwalletjes die hun moeder kwijt zijn en verse gebruikte tamponnetjes op de vloer. Ik kan dus niet anders dan constateren dat we genept zijn: ook de mensen in de uitzending waren geen van allen De Burger. Laat staan Het Volk. Al deed Netwerk, inclusief deskundigen, dus een vol uur van wel.


De burger bestaat dus niet, laten we dat nou maar gewoon vaststellen. En als hij bestaat is het een gore viespeuk. Wij allen willen voor geen goud de burger zijn. Maar als de burger niet bestaat, dan bestaat het volk (een verzameling burgers) ook niet. Het enige wat mij tot Nederlands burger maakt is de taal waarin ik leef en de plek waar ik woon. Netwerk heeft zich bij de neus laten nemen. De burger is een fabeltje.

Maar nu komt het.


Onze minister-president gelooft wel in de burger. Echt waar! En in het volk! De burgers, dat zijn wij, houdt hij al vier jaar en drie kabinetten vol. In zijn taal moeten wij al een paar jaar met z'n allen de schouders eronder zetten. Waaronder precies is me nog niet helemaal duidelijk geworden. Maar wij moeten het van hem samen met z'n allen doen.
Maar het 'Wij' van Balkenende is al net zo'n spookverschijning als De Burger van hierboven. En erger, waar een Wij is, bleek ineens ook een Zij te zijn. Dat is de laatste jaren verschrikkelijk duidelijk geworden. En die Zij zijn de slechten. Voor die Zij moeten we oppassen. Die Zij moeten we buiten onze deur en buiten onze maatschappij houden. Dat verstond ik in de woorden van Balkenende en zijn kabinet. Kul!


De Burger, Wij, Zij, Samen, Het Volk zijn allemaal familie van wat in de retorica onder het hoofdstuk drogredenen een 'Argumentum ad populum' wordt genoemd. 'Alle kinderen uit mijn klas mogen wèl naar het feestje.' of 'Iedereen is het erover eens dat het terrorisme een grote bedreiging voor ons allemaal vormt.' Wie zich maar vaak genoeg van deze retoriek bedient, verliest vanzelf zijn geloofwaardigheid.
Balkenende had er daarom beter aan gedaan, elke burger - ook mij - individueel aan te spreken: "Ik verwacht van ieder van u dat u elke dag opnieuw weer uw stinkende best doet de eenheid in dit land te bewaren. Ik verwacht dat u ruimhartig ruimte maakt voor de ander en bereid bent met de ander in de welvaart in dit land te delen. Het zal ons allen des te beter gaan. Ik verwacht dat je daarvoor zelf verantwoordelijkheid neemt en zelf een manier vindt, waarop je daar vorm aan geeft. Daar ga ik namelijk niet over als minister-president. Ik wil dat dit een gelukkig land is, een land waarin mensen van harte bereid zijn zich in elkaar te verplaatsen. Dat verwacht ik dus ook van jou, Alma Oostenwint. Kom maar met voorstellen en laat maar eens wat zien. Dan doe ik hetzelfde. Was getekend Jan Peter Balkenende."


Ik was meteen voor hem gegaan, voor die Balkenende. Ik had zelfs zijn bijbel als inspiratiebron best willen erkennen. Niet omdat ik in zijn bijbel geloof, maar omdat ik wel in dàt samen van hem had geloofd. Kan me niet schelen of hij het uit de bijbel of uit wat anders haalt.

Maar ik zit naar hem te luisteren en ik zoek in hem zijn bijbel en vind hem niet. Ik zit naar hem te luisteren en voel dat ik voor hem iedereen en dus niemand ben. Maar ik ben niet iedereen. Ik ben ook niet niemand. Ik kan mezelf nergens vinden in zijn 'wij allen samen met z'n allen'. Ik ben voor hem slechts het volk, een anonieme burger. Een instrument, geen doel. Het interesseert hem niet wie ik ben, ik ben Het Volk. Zijn Volk. Misschien denkt hij wel stilletjes dat ik mijn eigen fietsen jat. God weet.


Ik ben een burger. Misschien wel de burger, soms. Maar gelukkig ben ik geen zwevende burger. Ik heb me herkend in een partij, ben lid geworden, heb me als lid stevig bemoeid met het nieuwe verkiezingsprogramma. Het voelt daardoor ook als mijn programma. Er is een hoop wat ik zelf nog heel anders zou willen in en met die partij (maar dat komt wel, ook wij zijn geen ondeelbaar wij.)
Maar ik weet als burger precies wat ik wil en ik weet welke andere partijen ongeveer hetzelfde willen. Ik weet wat ik ga stemmen morgen. En waarom. Omdat ik als burger dit programma ruimte wil geven. Omdat ik als burger vertrouwen heb in de mensen die dat programma voor mij willen proberen uit te voeren. Omdat ik wil dat mijn partij de grootste wordt en samen gaat werken met de partijen die ongeveer hetzelfde willen als wij.


Resteert natuurlijk de vraag met, voor wie en waarom Netwerk gisteren dat rare programma heeft gemaakt. Netwerk fabeltjeskrant.
Want het volk waarover het ging was er helemaal niet. Het is zelfs de vraag of het naar Netwerk heeft gekeken.
Dat volk was lekker aan het zweven. Ergens.