07-01-12 civil society

Gisteravond kwamen wij in de fractievergadering te spreken over een gloednieuw voorstel van een van onze coalitiepartners. Het gaat hier om een lokale partij.

Zij komen met het voorstel dat wijkbewoners voortaan meer verantwoordelijkheid moeten krijgen als het gaat om het schoonhouden en onderhouden van het openbaar groen en als vrijwilligers gaan meehelpen bij dit werk. Ze noemen dit plan: 'Adopteren van openbaar groen'. Zij willen van ons, coalitiepartners, weten of we het voorstel steunen. Het voorstel heeft ook al breed in de krant gestaan. Onze coalitiepartner wil het college opdragen, samen met een wijkvereniging een 'budgetneutrale pilot' te organiseren (lees: probeer het eerst een keer, maar het mag niets kosten) en als het een succes wordt, dat het college dan ook andere wijken in de gelegenheid stelt zelf meer verantwoordelijk te krijgen.
Waarom komt onze coalitiepartner met dit voorstel? Omdat je - zeggen ze - dan niet alleen als burgers samen je wijk leefbaar houdt, maar het ook de samenhang tussen mensen en dus de leefbaarheid en veiligheid versterkt. En - zeggen ze er nog bij - vrijwilligers die aan het beheren van het openbaar groen mee willen helpen kun je best een kleine beloning geven. Het hoeft niet voor niets.

De meeste mensen die dit voorstel lezen, zullen denken: goed plan. Het mes snijdt van vele kanten. De burgers gaan zelf meedoen, dat is alvast goed. In vaktermen: 'burgerparticipatie'. Omdat ze samen meedoen aan iets waar ze allen belang bij hebben, versterkt het de band tussen hen: de 'sociale cohesie'. Ze worden ervoor beloond - als prikkel ook nooit weg. Het maakt de leefomgeving veiliger, de wijk knapt ervan op en het verschuift de verantwoordelijkheid van de overheid ook naar de burger zelf. En dat is een goede zaak, dat willen we immers als overheid.
Kortom, allemaal winst.

Ook in onze fractie vonden de meesten het direct een goed plan. Er waren er ook twee tegen, maar omdat het een coalitiepartner betrof zouden ze 'niet moeilijk doen'. Ik besefte dat ik de enige was bij wie vooral een hele hoop alarmbellen afgaan bij zo'n voorstel.

Het punt was, dat we gisteren geen tijd en zin genoeg hadden voor een inhoudelijke discussie. Ook al niet omdat ik als enige mordicus tegen was, dus dan lijkt een inhoudelijke discussie niet urgent. De rest (meerderheid) is immers om uiteenlopende redenen voor. Bovendien had niemand van ons het voorstel van onze coalitiepartner kunnen voorbereiden of erover na kunnen denken, terwijl het al in de krant heeft gestaan en er een snelle reactie werd gevraagd.

Waarom ben ik zó tegen dat ik mijn fractiegenoten toestemming heb gevraagd afwijkend van het fractiestandpunt (dus tegen) te mogen stemmen als het op stemming aankomt, vroeg ik aan mezelf, tegen de wind in op de fiets terug naar huis.
Ik heb daarvoor een hoop redenen die elkaar beïnvloeden en dus geen van allen op zichzelf staan, besef ik na een uur met mezelf navergaderen. Misschien zijn ze morgen al niet allemaal houdbaar, maar ik waag het erop. Ik vat ze hier even samen.

De eerste is, dat je een wereld hebt waarin burgers aan de overheid bepaalde taken hebben opgedragen, gedelegeerd en daarvoor allemaal braaf belasting betalen; en je hebt daarnaast een wereld waarin burgers zichzelf organiseren en - buiten de overheid en privé-verbanden om - vaak zelf al vrijwillig verantwoordelijkheid nemen voor hun medemensen. Deze laatste wereld wordt ook wel de 'civil society' genoemd. Deze twee werelden lopen de laatste jaren steeds meer in elkaar over. De overheid gaat zich in toenemende mate beroepen op - of een beroep doen op - de civil society en vice versa. Ik ben er niet gerust op dat dit een goede zaak is, omdat een inhoudelijke discussie vooraf erover vaak ontbreekt. Het gebeurt alsof het vanzelfsprekend is.

De tweede reden is dat het begrip vrijwilliger steeds zwaarder onder druk komt te staan. Veel wetgeving, denk bijvoorbeeld aan de WMO, valt of staat met de inzet van vrijwilligers. In het voorstel dat wij in de fractie bespraken worden de vrijwillige wijkbewoners voor het onderhouden van het openbaar groen ineens betaald. Is dat dan nog een vrijwilliger? Wat is eigenlijk de reden om de vrijwilliger te gaan betalen en wat zijn daarvan de consequenties voor die vrijwilliger, het werk dat gedaan moet worden, de overheid? Wat is eigenlijk een vrijwilliger? Wat zijn hiervan de mogelijke economische en sociale gevolgen?

De derde is, dat de burger als consument (en dat is'ie) in een totaal andere wereld leeft dan de burger van wie een maatschappelijke dienst wordt verwacht of gevraagd. Is het een vrijwillige dienst of een verkapte tegendienst? Hoe verhouden die twee werelden zich ten opzichte van elkaar? Met andere woorden: wil de burger eigenlijk wel vrijwillig zijn openbaar groen onderhouden? Zo ja: hoe ga je verder als het lukt? Is het eenmalig of wordt het structureel? Zo nee: wat zijn eigenlijk de consequenties als het plan niet lukt?

De vierde is, dat er een aantal verborgen (modieuze) doelstellingen in dit voorstel zitten. Het gaat er niet alleen om dat het openbaar groen wordt onderhouden. Nee, staat nadrukkelijk en toch terloops in het voorstel: het gaat om het stimuleren van sociale cohesie en burgerparticipatie, het bevorderen van de veiligheid en leefbaarheid.
Onduidelijk is voor mij, wat het belangrijkste doel is. Het groen of de mensen. Is het groen een middel om (doel) de mensen tot elkaar te brengen? Of zijn de mensen middel om (doel) het openbaar groen te onderhouden?
Maar nog verontrustender vind ik de (onuitgesproken) aanname dat het kennelijk ontbreekt aan sociale cohesie en burgerparticipatie, dat het dus onveilig is/wordt en onleefbaar. En daarom moeten burgers zich in gaan zetten voor het openbaar groen. Maar is dat wel zo? Is dat onderzocht? Is of wordt het in de wijk die straks pilotwijk wordt echt onveilig en onleefbaar? Ontbreekt het er echt aan sociale samenhang? Zo ja, waarom moet dan uitgerekend het publieke groen worden aangepakt? Zo nee, waarom worden deze doelen er dan bijgesleept? Nog eens zo ja: is dit dan het meest geschikte project om deze nevendoelen te realiseren?

De vijfde is, dat je je echt en serieus moet afvragen of een project dat van bovenaf door een politieke partij is bedacht - 'top down' in jargon - en door een gemeentebestuur in samenwerking met een wijkvereniging wordt uitgevoerd, bereikt wat het wil bereiken.

De zesde reden is de (niet hardop gestelde) vraag of individuele burgers die zich hierdoor aangesproken voelen en mee gaan doen, meer worden dan individuele burgers. Met andere woorden: of de collectieve en dus gemeenschappelijke doelen door de deelnemende individuen en hun omgeving wel als gemeenschappelijke doelen worden ervaren. Met andere woorden: of de gewenste sociale cohesie wel ontstaat, of je burgers niet frustreert. En hoe je de effecten meet. Want er zal in een pilot gemeten moeten worden, hoe dan ook. Anders weet je niet of je dit project wilt verbreden.

De zevende reden is een hele slechte gedachte, maar raadsleden hebben nou eenmaal - regelmatig - wel eens last van hele slechte gedachten. Is dit niet gewoon verzonnen als een verkapte bezuinigingsmaatregel? Waarom moet het zo nodig budgetneutraal en mag het niets kosten? En als het geen bezuinigiging is, hoe voorkom je dan dat de burgers zelf toch gaan denken dat het een ordinaire bezuinigingsmaatregel is? En schiet je je doel dan niet voorbij?

Ik veeg 's nachts altijd een groot deel van mijn straat aan, als het oud&nieuw is uitgeknald. Omdat ik me ongerust maak over vuurwerk dat nog niet is afgegaan, over kinderen die daarnaar op zoek gaan op nieuwjaarsdag en omdat ik het gewoon een enorme rotzooi vind. Ik doe dat helemaal uit mezelf en ook al heb ik zelf geen nog-niet-ontploft-vuurwerkzoekende kinderen meer, ik doe het nog steeds. Ik denk er niet eens meer over na. Maar er is geen haar op mijn hoofd die eraan denkt, het openbaar groen in mijn wijk gezellig mee te gaan helpen onderhouden. Ik zou aan mijn medegemeenteraadsleden willen mogen vragen of zijzelf een kapsel hebben dat daar wel zin in heeft. Als burger dus, niet als voorbeeldig gemeenteraadslid dat aan zulke dingen meedoet omdat je als gemeenteraadslid nou eenmaal geacht wordt daaraan mee te doen en het goede voorbeeld te geven. Ik vermoed dat de meeste raadsleden daar zelf als burger niet aan mee zouden doen en wil weten of ik gelijk heb. Waarom zouden dan 'de burgers' wel meedoen?

Ik merk dat ik over elk van deze zeven gedachten van mij nu nog veel meer zou willen zeggen. Ik heb hier de laatste jaren veel over gelezen en nagedacht. En wil mijn ervaringen graag mogen delen met lezers. En ook met mijn mede-fractiegenoten, ja. Als voorzet, hopelijk, voor een echt inhoudelijke discussie.
Ik vrees dus dat dit weer een serietje wordt. Ik noem het 'Civil society'. Wat mij betreft een heel belangrijk serietje dat veel raakvlakken heeft met de onderwerpen die hier op Alma Oostenwint centraal staan: mantelzorg, zorgen voor je naaste, de steun die je als individuele burger die graag medeverantwoordelijk wil zijn, mag vragen en verwachten van de professionele wereld.
En waar ligt bij dit alles de grens.

Ik vind echt (en het maakt me soms heel erg ongerust) dat wij als raadsleden verschuivingen van verantwoordelijkheden te gemakkelijk en onnadenkend toestaan en zelfs zelf veroorzaken. Verschuivingen waarover we van tevoren langer na zouden moeten denken.
Ik hoop dat de lezer de tijd en de zin vindt, mee te denken met mijn gedachtegang. En te reageren. Want voor je het weet wordt van je verwacht dat je je openbaar groen in je wijk zelf onderhoudt. En heeft de overheid zich teruggetrokken.