07-01-23 doodsangst
Mijn ouders zijn musicus. Ze hebben ons iets geleerd waar ik regelmatig heel veel hinder van heb. (Mijn moeder klikt nu ongerust op de knop 'lees meer'.)Ze hebben ons leren luisteren naar muziek.
Ik moet misschien even uitleggen wat luisteren naar muziek is. Luisteren naar muziek betekent dat je gaat zitten en luistert. Dus geen boek lezen, geen gepraat, niet even weggaan terwijl de muziek speelt, niet tegelijkertijd wat anders doen. Gewoon: je luistert naar de muziek.
Ik weet niet hoe het met de anderen van ons gezin zit, maar ik ben nog steeds aan het proberen of ik kan leren niet te luisteren naar muziek en ik kan het niet. Ik kan ook niets erbij doen als ik muziek hoor. Mijn eigen kinderen weten het en draaien stante pede hun muziek uit als ik binnenkom. Ik weet waar de stille cafés en winkels zijn en hou alleen om die reden al zielsveel van de Aldi. Na een verblijf van een uur in het winkelcentrum kom ik over mijn toeren thuis. Er is weinig wat me zo chagrijnig kan maken als door geluidsbagger moeten waden.
Het begint intussen de vormen van een afwijking aan te nemen: die Alma Oostenwint, heb je dat al gehoord? Die luistert nog naar muziek! Tssssss.
Als mijn vader platen draaide, zaten wij meestal erbij. Dat mocht, mits we stil waren en luisterden. In mijn beleving was het altijd op zondag. Zoals ik het me herinner draaide hij dan pas verschenen grammofoonopnamen die hij moest recenseren voor het blad 'Luister'. Ons vertelde hij eerst kort iets over de muziek, soms ook nog even waar je op moest letten. Ik ben een jeugdlang volgegoten met de meest uiteenlopende genres en stijlen. En als mijn ouders geen platen draaiden, dan hoorden we hun leerlingen spelen, of broertjes en zusjes die op hun kamer muziek maakten. Of mijn ouders musiceerden zelf.
Er was altijd muziek. En daar luisterde je dus naar.
Aan twee van die platendraai-middagen heb ik een sterke herinnering. Ik zat op de grond bij het raam. Mijn vader nam op zijn zorgvuldige wijze een plaat uit de hoes, controleerde of er geen beschadigingen op zaten, en vertelde dat deze muziek over een man gaat die op een paard rijdt. Luister maar naar de piano, dat is het paard. Het paard loopt hard, dat kun je goed horen.
Het was al nacht en het waaide. De man had zijn kind voor zich op het paard. Het kind had het lekker warm en zijn vader hield hem goed vast. Maar dan ineens is er de elfenkoning. Die ziet het mooie kind en wil het hebben. Hij probeert het te lokken: kom dan, kom dan. Maar het kind is bang. De vader zegt tegen het kind dat hij het zich vast verbeeldt. Dat is niet de elfenkoning, mijn zoon, dat zijn slierten nevel. De elfenkoning probeert het nog een keer en belooft het kind dat het met zijn dochters mag spelen. Ze zullen hem wiegen en met hem dansen. Je hoort de meisjes in het rond wervelen. Het kind wordt nog banger, maar de vader zegt dat het de wind is die door de droge bladeren ritselt. Dat er geen elfenkoning is. Maar aan de muziek kon ik horen dat de vader toch bang werd. En het paard ook. De elfenkoning probeert het een laatste keer, maar zijn geduld is duidelijk op. Dreigend roept hij dat als het kind niet mee wil, hij geweld zal gebruiken. Het kind geeft een schreeuw en de vader wordt nu echt bang. Dat hoor je.
Tot zover was het verhaal me verteld, ik durfde naar de afloop bijna niet meer te luisteren.
De vader gaf het paard de sporen, ze joegen naar huis, hij hield het kreunende kind dicht tegen zich aan. Toen bereikten ze eindelijk het hof. Ik wilde maar één ding: dat ze het gehaald hadden.
Maar in de muziek valt dan een vreemde stilte. Het paard staat hijgend stil, de piano zwijgt. De zanger blijft helemaal alleen over en zingt: "In seinem Armen das Kind war tot." Dat was Duits, maar ik verstond het goed en ik kon het niet geloven. Het kind was dood. Ik was verbijsterd.
Hoe oud zal ik zijn geweest? Een jaar of negen denk ik. Mijn vader had vast gedacht het lekker spannend te maken door de afloop niet te verklappen. Maar als je je kinderen zo gevoelig en ontvankelijk hebt gemaakt voor muziek, dan komt dit doeltreffend gecomponeerde einde aan als een donderslag. Ik was echt de kluts kwijt. Ben naar boven gegaan, heb op mijn bed er heel erg om liggen huilen. Dat was mijn kennismaking met Goethe's Erlkönig, prachtig getoonzet door Schubert. Ik heb later lang gezocht of ik kon achterhalen welke opname het kon zijn geweest. De uitvoeringen die ik hoorde gaven me niet het gevoel van beklemming dat ik als kind had gehad. Tot ik de opname vond van Dietrich Fischer Dieskau met Gerald Moore aan de piano. Ik voelde meteen: deze opname was het.
Later heb ik een soortgelijke ervaring gehad met 'l'Enfant et les sortilèges' van Ravel. Voor wie het stuk kent: ik hield het vol tot de twee dreinend om elkaar heen draaiende hobo's en ben toen misselijk van angst de kamer uitgelopen. Ik heb het stuk pas durven beluisteren toen ik op het conservatorium zat.
Overdreven? Kan. Zo was ik als kind, dit herinner ik me.
Enige tijd geleden schreef ik hier dat ik geen gedichten had kunnen vinden die werkelijke doodsangst verbeeldden. Deze gezongen Erlkönig doet dat voor mij wel.
Beluister hier de uitvoering van Dietrich Fischer Dieskau, begeleid door Gerald Moore.
Huiveringwekkend mooi vind ik het. Wel uitkijken met kinderen onder de 10 jaar.
Erlkönig
Wer reitet so spät durch Nacht und Wind?
Es ist der Vater mit seinem Kind;
Er hat den Knaben wohl in dem Arm,
Er faßt ihn sicher, er hält ihn warm.
Mein Sohn, was birgst du so bang dein Gesicht? -
Siehst Vater, du den Erlkönig nicht?
Den Erlenkönig mit Kron und Schweif? -
Mein Sohn, es ist ein Nebelstreif. -
"Du liebes Kind, komm, geh mit mir!
Gar schöne Spiele spiel ich mit dir;
Manch bunte Blumen sind an dem Strand,
Meine Mutter hat manch gülden Gewand."
Mein Vater, mein Vater, und hörest du nicht,
Was Erlenkönig mir leise verspricht? -
Sei ruhig, bleibe ruhig, mein Kind;
In dürren Blättern säuselt der Wind. -
"Willst, feiner Knabe, du mit mir gehn?
Meine Töchter sollen dich warten schön;
Meine Töchter führen den nächtlichen Reihn
Und wiegen und tanzen und singen dich ein."
Mein Vater, mein Vater, und siehst du nicht dort
Erlkönigs Töchter am düstern Ort? -
Mein Sohn, mein Sohn, ich seh es genau:
Es scheinen die alten Weiden so grau. -
"Ich liebe dich, mich reizt deine schöne Gestalt;
Und bist du nicht willig, so brauch ich Gewalt."
Mein Vater, mein Vater, jetzt faßt er mich an!
Erlkönig hat mir ein Leids getan! -
Dem Vater grauset's, er reitet geschwind,
Er hält in den Armen das ächzende Kind,
Erreicht den Hof mit Mühe und Not;
In seinen Armen das Kind war tot.
Johann Wolfgang Goethe
muziek Franz Schubert